top of page

Christina

Christian Iconography in the Inventory of Belgian Cultural Heritage

VOOR EEN RELATIONELE ICONOGRAFIE

In kerken vormen altaarschilderijen, beeldhouwwerk, biechtstoelen, doksalen, predikstoelen, glasramen, maar ook reliekschrijnen, edelsmeedkunst en textiel een constellatie van beelden die het kerkgebouw structureren en het definiëren als een plek beladen met betekenis. Deze beelden staan niet op zichzelf maar zijn met elkaar verbonden binnen het religieuze gebouw, een ruimte waarvoor ze speciaal zijn gemaakt.

 

Het FED-tWIN-project Christina, een samenwerkingsproject tussen het KIK en de UCLouvain, stelt zich tot doel de bevordering van een nieuwe, bredere benadering van religieuze iconografie die rekening houdt met de relationele dimensie van deze beelden, d.w.z. de manier waarop zij binnen hun kerkelijke en culturele context betekenis tot stand brengen als zijnde onderdeel van een netwerk van relaties. Deze online bron die zich aandient als een heuristisch hulpmiddel dat reflecteert over de verbanden binnen deze beeldconstellatie vertrekt vanuit een paradigmatisch voorbeeld: de voormalige jezuïetenkerk in Antwerpen.

DE VOORMALIGE JEZUÏETENKERK IN ANTWERPEN 

De Sint-Carolus Borromeuskerk in Antwerpen, de voormalige Sint-Ignatiuskerk van het professenhuis van de Antwerpse jezuïeten, is één van de door kunsthistorici best bestudeerde gebouwen in de Nederlanden, maar ook één van de meest uitzonderlijke gebouwen uit de moderne periode, én een paradigmatisch voorbeeld op het gebied van relationele iconografie. 
 

De kerk werd opgetrokken tussen 1615 en 1621 en was oorspronkelijk toegewijd aan de Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Ignatius. Ze herbergt een overdaad aan geschilderde voorstellingen, beeldhouwwerken en sierelementen die in het begin van de 17de eeuw ten noorden van de Alpen haar weerga niet kent. De kerk werd reeds vanaf haar bouw geprezen om haar weelde, pracht en nieuwigheid, en ontwikkelde een bijzonder rijk, inventief en veelzijdig iconografisch programma dat veel te danken heeft aan de bijdrage van Rubens. Tegenover de met beeldhouwwerk en ornamenten overladen gevel staat een sacrale ruimte waarvan als gevolg van de katholieke Reformatie de ruimtelijke organisatie en het iconografisch programma een weerspiegeling vormen van zowel de nieuw ingeslagen richtingen op het gebied van organisatie van de eredienst, als van de pastorale en liturgische activiteiten van de jezuïeten binnen het Antwerpse landschap, gekenmerkt door een aaneenschakeling van religieuze twisten.
 

Aan de hand van de uitgebreide bibliografie rond deze kerk wil dit instrument een samenvatting bieden van de kennis omtrent haar rijk iconografisch programma waarbij de overvloed aan beelden in samenhang wordt gebracht met de ruimte, de intenties van de opdrachtgevers, de handelingen van de gelovigen, de gebruikte media, de liturgische tijd alsook de artistieke en de iconografische traditie.

BEELDEN IN DE RUIMTE   

Er bestaat een nauwe samenhang tussen beelden en de plaats die ze innemen en vormgeven binnen de kerkelijke ruimte. Of het nu gaat om de voorgevel, het fronton, het portaal, het hoofdaltaar, de zijaltaren, het schip, de zijbeuken, de galerijen of de tribunes: telkens betreffen het plaatsen die vragen om een specifieke iconografie. Hoewel in de voormalige jezuïetenkerk van Antwerpen de overvloed aan decoratieve elementen en beelden bij de kerkganger weliswaar een verstrooid immersief gevoel in de geloofsruimte schept, vindt men er ruimtes die een grotere visuele dichtheid en betekenis vertonen, zoals het hoofdaltaar dat sinds het Concilie van Trente het centrale en meest sacrale deel van het gebouw is, de plek waar alle blikken naartoe worden gezogen. 

 

Eenmaal verbonden vormen beelden associatieve netwerken die we kunnen definiëren als constellaties waarvan de schakels lineaire of multidirectionele trajecten volgen, maar ook als spanningszones, als strakke of losse knooppunten van beelden en betekenissen. De Antwerpse kerk laat zien dat we associatieve beeldnetwerken kunnen uittekenen die zich langs meerdere assen oriënteren: een verticaal lineair netwerk (laag-hoog oriëntatie), een longitudinaal lineair netwerk (traject ingang/westen-koor/oosten) of een transversaal netwerk (dat het gebouw doorkruist van de ene zijbeuk naar de andere, links/noord-rechts/zuid), of dat we een complexer multidirectioneel netwerk kunnen creëren, misschien zelfs een stedelijk netwerk dat de binnenruimte van het gebouw verbindt met de buitenruimte (gevel) of zelfs met de ruimte van de stad. 

BEELDEN EN HANDELINGEN   

 

Beelden staan in relatie met de opdrachtgevers, met de gelovigen die er gebruik van maken en ze aanschouwen tijdens de eredienst waarvoor ze bestemd zijn. Ze geven niet alleen uitdrukking aan de intenties van de opdrachtgevers, maar dienen en ondersteunen eveneens het ritueel gebeuren dat in de kerk plaatsvindt. Het doel hier is om te begrijpen hoe beelden beantwoorden aan specifieke functies en gebruiken, of deze functies en gebruiken nu retorisch, didactisch, devotioneel of liturgisch van aard zijn.

Imiteren, bidden, biechten, onderrichten, ter communie gaan, luisteren, ontroeren ... terwijl sommige van deze functies van toepassing zijn op een groot aantal beelden verspreid binnen de kerkruimte, dienen andere dan weer een specifiek doel dat vraagt om een aparte iconografie. Naast altaarstukken met een christelijke, mariale of hagiografische iconografie, ontwikkelen bepaalde kerkmeubels met een concrete liturgische functie hun eigen iconografie. Bij biechtstoelen, fysieke dragers van het boetesacrament, horen gebruikelijk het thema berouw en vergiffenis. Preekstoelen, die het woord Gods ondersteunen, illustreren kerkelijke dogma’s. Communiebanken, gebruikt ter ondersteuning van de Eucharistie, tonen eucharistische thema’s uit het Oude en Nieuwe Testament en orgels zijn dan weer opgeluisterd met een iconografie die rechtstreeks verband houdt met muziek. 

BEELDEN EN MEDIA   

Relationele iconografie onderzoekt de wisselwerking tussen beelden en de diverse media. Dit betekent in de eerste plaats dat er wordt gekeken naar de relatie tussen de in diverse media uitgevoerde voorstellingen, ongeacht of het nu gaat om geschilderde, gebeeldhouwde, gegraveerde, gehamerde, gegoten of geborduurde beelden. De vraag is hoe de relatie tussen deze beelden zich ontvouwt: zijn ze complementair aan elkaar, vormen ze een ononderbroken geheel, wedijveren ze met elkaar, overtreffen ze elkaar of is er sprake overlapping, enz.?

Dit houdt echter tevens in dat men de relatie dient te onderzoeken tussen beelden en de media die ze in materie vorm geven en aanschouwelijk maken. Kortom, er moet rekening worden gehouden met de relatie tussen beelden en hun eigen medium (hun constitutieve drager), maar ook tussen beelden en het licht, de omgeving of het decor. Zij geven gestalte aan de beelden, bepalen de receptie ervan door de toeschouwer en kunnen de betekenis ingrijpend veranderen. Hoe is hun verhouding op te vatten? Versterken ze elkaar? Wekken ze verwondering op? Is er sprake van tegenstrijdigheid, illusie, enz.?

De Onze-Lieve-Vrouwekapel in de Sint-Carolus-Borromeuskerk is een paradigmatische ruimte om dit soort relaties te bestuderen. De kapel is een perfect unitaire ruimte en revolutionair te noemen door de volledige integratie van het altaar, de verborgen lichtbron dat gericht licht uitstraalt, en de onverwachte wisselwerkingen tussen de schilderingen, de beeldhouwkunst, de architectuur, de ornamenten en natuurlijke elementen. 

BEELDEN EN DE LITURGISCHE KALENDER 

De christelijke liturgie omvat het geheel van rituele handelingen (eucharistievieringen, openbare plechtigheden, enz.) verspreid over een jaar dat geritmeerd wordt door specifieke cycli of tijden: adventstijd, kersttijd, tijd door het jaar, veertigdagentijd en paastijd. Deze liturgische kalender wordt toegepast om de heilsgeschiedenis te herdenken en te actualiseren. Sommige periodes zoals de kerst- en paascyclus worden extra luister bijgezet met specifieke muziek, bijzondere kleuren, gelegenheidsparamenten of versieringen, maar ook door het tonen van specifieke voorstellingen of een bijzondere aanwending ervan. Zo is het hoofdaltaar in de kerk van het Antwerpse professenhuis uitgerust met een verborgen mechanisme waardoor geschilderde altaarstukken alternerend kunnen worden getoond in functie van de liturgische kalender. De voorstellingen dragen ertoe bij de kalender visueel weer te geven.

De door christenen ervaren temporaliteit wordt bepaald door het herhalen van vieringen uit de cyclus van het liturgisch jaar. Uitzonderlijke omstandigheden zoals heiligverklaringen, jubilea, begrafenissen van gouverneurs, worden echter opgeluisterd door een bijzondere liturgische viering. Tijdens deze festiviteiten worden de sacrale ruimte en haar permanente aankleding bedekt en getransformeerd door een efemere decoratie die bestaat uit voorstellingen en objecten van allerlei aard (liturgische objecten, textiel, vegetatie, enz.). Er zijn wat de jezuïetenkerk in Antwerpen betreft documenten bewaard die de decoratie van diverse festiviteiten beschrijven, zoals van de feestelijkheden die werden georganiseerd ter gelegenheid van de heiligverklaring van Ignatius en Franciscus Xaverius in 1622, van het jubileum in 1640 (honderdjarig bestaan van de Sociëteit van Jezus) en van de heiligverklaring van Aloysius Gonzaga en Stanislas Kostka in 1726.

BEELDEN IN DE TIJD  

Elk beeld maakt deel uit van een beeldtraditie. De geschiedenis van de artistieke creatie kenmerkt zich door een aaneenschakeling van kopieën, hergebruik, bewerkingen, aanpassingen, transformaties en herconfiguraties van oudere of hedendaagse beelden. Wil men de betekenis van een beeld begrijpen, dan moet men dus ook de relatie begrijpen tussen het beeld en de andere beelden uit de artistieke traditie. Aangezien dit proces nooit neutraal verloopt dient men niet alleen te begrijpen hoe deze modellen werden benut, maar ook de ideologische betekenis van dit hergebruik.

De Antwerpse jezuïetenkerk onderscheidt zich door haar architecturale taal, decoratieve aankleding en iconografisch programma van alles wat tot dan toe op het gebied van religieuze architectuur in de voormalige Zuidelijke Nederlanden tot stand is gekomen. Het kerkgebouw breekt definitief met de gotische traditie die aan het begin van de 17de eeuw nog stevig verankerd was. Het bevat veel verwijzingen naar de klassieke oudheid en de vroegchristelijke kunst, maar ook naar de hedendaagse Italiaanse architectuur. Bovendien maken de beeldvoorstellingen in de kerk deel uit van een bredere visuele cultuur waarin de jezuïeten een prominente rol speelden, in het bijzonder in Antwerpen dat een toonaangevend kunstcentrum was voor de verspreiding van gedrukte prenten.

VOOR MEER INFORMATIE

Deze online tool geeft een overzicht van de bestaande literatuur over de Sint-Carolus Borromeuskerk in Antwerpen. Om de bibliografische lijst te raadplegen die gebruikt werd om deze tool te maken, klik hier.

 

Indien u vragen of opmerkingen heeft over de inhoud van deze tool,
neem dan contact op met  caroline.heering@uclouvain.be

Dit project wordt gefinancierd door het Fed-Twin programma van BELSPO.
Projecttitel: CHRISTINA (Christian Iconography in the Inventory of Belgian Cultural Heritage).

 

Periode: 2020-2025

 

Projectbegeleiders

Dominique Vanwijnsberghe (KIK-IRPA)

Ralph Dekoninck (UCLouvain)

Projectonderzoeker:

Caroline Heering (KIK-IRPA/UCLouvain)

image.png
bottom of page