Illusie en confusie tussen media: de festiviteiten
voor het jubileum van 1640
In 1640 vierden de jezuïeten het jubileum van de Sociëteit (dat op 27 september 1540 door paus Paulus III was goedgekeurd). In de grote jezuïetencentra van Europa gaf dit jubileum aanleiding tot talrijke spectaculaire manifestaties en religieuze evenementen (missen, processies, toneelopvoeringen, het bouwen van triomfbogen in steden, tentoonstellingen van emblemata, enz.). In Antwerpen openden de festiviteiten met een ceremonie die begon op de avond van 26 september en doorliep op 27 september 1639 (verjaardag). De feestelijkheden duurden een octaaf, van 31 juli (de feestdag van Sint Ignatius) tot 7 augustus 1640.
Tijdens de festiviteitenweek van augustus 1640 werd de kerk omgetoverd tot een groen tapijt. De marmerzuilen van het schip op de begane grond waren getooid met doornige planten (distels) waarin slangen hingen. Op de bovenverdieping waren de zuilen versierd met namaakwijnstokken voorzien van weelderige vruchten en fantasievogels. Als we deze decoratieve aankleding vergelijken met de iconografie die toegepast werd op theater, emblemata en de inscripties voor de festiviteiten, zouden we geneigd zijn het decor te beschouwen als een allegorie voor de geschiedenis van de Sociëteit: de doornige planten symboliseren het lijden dat de leden hebben doorstaan om de wereld te evangeliseren tijdens de eerste eeuw van haar bestaan, maar na deze eeuw van zwoegen wierp de Sociëteit uiteindelijk haar vruchten af.
Hoewel de beschrijvingen verwijzen naar het efemere karakter van het decor, benadrukken ze ook hoe waarheidsgetrouw en illusionistisch de groene wandtapijten zijn. De beschrijvingen maken gewag van bloemen en planten gemaakt van goud, zilver, linnen en zelfs was en leggen de nadruk op de waarheidsgetrouwheid van deze kunstversieringen die in staat zijn met de natuur te wedijveren of haar zelfs te evenaren, zoals te zien is in het geval van de wijnstok die ‘kunstig bewerkt maar wedijverend met de natuur’ de balustrade van de tribune van het schip sierde. Afgezien van het gebruik van artificiële materialen die de natuur tot in kleinste details nabootsen, werd in de verslagen ook melding gemaakt van echte planten (laurier, klimop, palmen, granaatappels, bomen gevuld met vruchten waarvan sommige van was waren gemaakt, enz.). De hele ruimte van de kerk onderging een metamorfose door deze mixtuur van natuurlijke en kunstmatige materialen.

© C. Heering


© C. Heering


In elke travee van het schip werden geschilderde emblemen tentoongesteld overeenkomstig de praktijk van de affixiones, tentoonstellingen van emblemen (retorische oefeningen) die jaarlijks of ter gelegenheid van speciale vieringen in jezuïetencolleges werden georganiseerd. Tien van deze op doek geschilderde emblemen (ongeveer 1m20 groot) uit 1640 zijn uitzonderlijk goed bewaard en bevinden zich nog steeds in de kerk (ingewerkt in een houten frame waarmee kastdeuren zijn gemaakt). De emblemen reproduceren in kleur, met enkele aanpassingen voor het grote publiek, de emblemen uit het luxueuze herdenkingsboek dat enkele maanden eerder ter gelegenheid van het jubileum in Antwerpen was gepubliceerd met als titel Imago primi sæculi Societatis Iesu, een werk over 100 jaar roemrijke prestaties van de Sociëteit in verschillende literaire genres (proza, lofredes, poëzie, elegieën, emblemen). De emblemen zijn omlijst door cartouches die in verf uitdrukken wat er gedrukt staat, en hun grisaillebehandeling suggereert het idee van stenen monumenten. In de beschrijving van de festiviteiten staat dat deze ‘tableaux’ werden geschraagd door engelen (54 in totaal) wier wassen hoofden waren geboetseerd naar de gezichten van de collegestudenten in een stijl die verwant is aan de engelen die Rubens schilderde op de plafonds van de zijbeuken. Het verslag voegt eraan toe dat de gelijkenis zo treffend was dat ouders hun kinderen konden herkennen! Dit detail is bijzonder interessant omdat het ons in staat stelt een voorstelling te maken van het effect dat deze engelen en dit decor op de toeschouwer moet hebben gehad. Het biedt ook een waardevolle getuigenis van de samensmelting – of beter gezegd de confusie – van media (echt/kunstmatig, tweedimensionaal/driedimensionaal) die kenmerkend lijkt te zijn voor deze feestelijke pracht en praal.