Ornamenta sacra: textiel et liturgisch zilverwerk
Décor : ornement et revêtement de marbre

We mogen ook de bijdrage van de ornamenta sacra, of liturgische ornamenten, aan de iconografie van het altaar en het koor niet vergeten. In de sacristie waar ze meestal werden bewaard en ingewisseld in functie van de liturgische kalender waren liturgische ornamenten in groten getale aanwezig: textiel als aankleding van het altaar (antependium) of als gewaad voor priesters (kazuifel, koorkap, stola, manipel, etc.) die ensembles vormden (dezelfde kleuren en stoffen), heilig vaatwerk (miskelk, ciborie, pateen), verlichting (kandelaars, kandelabers, etc.), maar ook reliekhouders en andere liturgische objecten (monstransen, wierookbranders, enz.). Bij de afschaffing van de orde zijn helaas veel van de originele liturgische ornamenten van de kerk verloren gegaan, waarna andere liturgische ornamenten aan de collectie werden toegevoegd.

Liturgische objecten bevatten een enorm repertoire aan afbeeldingen, tekens of motieven waarvan de iconografie vaak verbonden is aan de liturgische functie van het object. Zo zien we op miskelken, cibories, patenten en monstransen de grote eucharistische thema’s en symbolen die verband houden met de functie van deze objecten. Taferelen die vaak terugkomen zijn het Laatste Avondmaal, de Kruisiging, de Verrijzenis of de Passiescènes. Het is immers tijdens het laatste avondmaal dat Christus de eucharistie instelt, het is door zijn kruisdood ook dat Christus de mens heeft verlost, en het is door zijn opstanding dat Christus zegeviert over de dood. Korenaren, druivenranken, druiventrossen, het Lam dat zijn bloed vergiet in een kelk (symbool van het offer van Christus), het lam dat de banier vasthoudt (symbool van de opstanding), de pelikaan (die zijn jongen met zijn ingewanden voedt) of de passie-instrumenten verwijzen naar de eucharistische maaltijd of het offer van Christus. Engelen, cherubijnen en serafijnen, bemiddelaars tussen God en mens bij uitstek, verschijnen ook vaak in de decoratie van heilig vaatwerk dat zelf ook, laten we dat niet vergeten, een goddelijk verbindingsstuk is.



Ook paramenten en antependia tonen een grote hoeveelheid geborduurde voorstellingen die verwijzen naar de functie en waardigheid van degene die ze droeg, alsook naar de religieuze familie waartoe het object behoorde. Zo zien we centraal op enkele kazuifels en antependia de goddelijke Naam van Jezus. De kerk bewaart een antependium dat dagtekent van de 18de eeuw en versierd is met geborduurde medaillons die van oudere datum zijn en later zijn toegevoegd. In het centrale medaillon komen twee verschijningsscènes samen: de Verschijning van Maria aan Ignatius, en de Verschijning van de verrezen Christus aan Maria. De boord is versierd met medaillons met Bijbelse verschijningsscènes, zoals Christus die verschijnt aan de Emmaüsgangers, aan Thomas de ongelovige en aan Maria Magdalena.

Net zoals in de barokperiode monumentale altaarstukken het altaar in scène zetten, droegen liturgische ornamenten bij tot de theatralisering van de eucharistische eredienst. In tegenstelling tot bijvoorbeeld middeleeuwse liturgische gewaden waarvan de goudborduursels bestonden uit kleine overlappende scènes zijn gewaden nu vaak verfraaid met siermotieven die al van ver zichtbaar zijn en waarvan de glans een wezenlijk onderdeel vormt. De gewaden die de geestelijke in beweging omhullen en die oplichten door het levendige vlammenspel van kaarslicht komen tot leven in een barokke scenografie waar licht een essentiële rol speelt. De gewijde dienaar van wie het lichaam wordt getransformeerd door een sacraliserend omhulsel fungeert aldus als een tussenpersoon tussen de gelovigen en de schitterende wereld van de hemelse liturgie.