top of page

Ontroeren: de expressiviteit van het decor

Zintuigen strelen om de harten van gelovigen te raken en zielen te winnen: zo vatten de jezuïeten hun visuele communicatiestrategie samen die ze behendig aanwendden gedurende hun massale overtuigingscampagne ten tijde van de Contrareformatie. En zoals de Sint-Carolus-Borromeuskerk illustreert waren de Antwerpse jezuïeten hierin uiterst bedreven. Om de gelovigen emotioneel te raken, te ontroeren en te overtuigen van de waarheid van het ware geloof werden dan ook alle middelen ingezet: weelderig versierde gevel en kerkinterieur, monumentaliteit, nieuwe architecturale taal, rijke materialen, decoratieve aankleding, maar ook visuele beeldenretoriek. 

In zijn revolutionaire plafondschilderingen die bedoeld waren om indruk te maken, paste Rubens een innovatief illusionistisch perspectief toe waarvoor hij inspiratie vond bij de Italiaanse meesters: het da sotto in sù-perspectief. De schilderingen, een extase van beweging en kleur, zuigen de blik van de toeschouwer naar zich toe. De toeschouwer die zich onder het tafereel bevindt en noodgedwongen zijn ogen naar de hemel richt, lijkt te worden meegesleurd in het wervelende ritme. Rubens betrekt de kijker bij het schouwspel door het aanwenden van diverse visuele strategieën die de impact en leesbaarheid van de boodschap versterken. Zo plaatst hij figuren op het voorplan die door de abrupte verkortingen in kikkerperspectief op de toeschouwer lijken neer te vallen. Zo zien we in de scène met Gregorius van Nazianzus hoe de 4de-eeuwse bisschop van Constantinopel een demonische figuur uit de hemel duwt die naar beneden tuimelt en lijkt neer te donderen op de toeschouwer in de gaanderij die op zijn beurt door de demon wordt bestookt. 

In andere scènes maakt hij gebruik van kadrering – zoals trappen, rotspartijen of wolken die neerdalen naar de ruimte van de toeschouwer – waarbij hij enerzijds de christenhelden in een verheven, heroïsche en imposante positie plaatst, afstekend tegen de hemellucht, en anderzijds de grenzen doet vervagen tussen de fictieve ruimte van de voorstelling en de werkelijke ruimte van de toeschouwer die wordt uitgenodigd om de scène te betreden. Bovendien hebben veel schilderijen zoals reeds werd aangehaald als thema de overwinning op het Kwaad, waarbij de zegevierende helden de vijanden van het christelijk geloof vertrappen. Deze visuele en thematische herhalingen betekenden dat zelfs voor een onwetende toeschouwer die de heiligen of de heilsgeschiedenis niet herkent de visuele impact groot moest zijn geweest en de boodschap onmiddellijk helder. 

Maar het vermogen van beelden om de toeschouwer te ontroeren wordt misschien wel het best geïllustreerd door de vele overal opduikende engelen, engeltjes en cherubijnen (engelen waarvan alleen de hoofden en vleugels zijn afgebeeld), zowel in de kerk en op de gevel, als op schilderijen, reliëfs en meubels. De engelen belichamen de goddelijke liefde. Ze dragen de weldaden van de goddelijke actie op aarde over. Handelend uit liefde, wekken ze liefde op, en hun erotiek raakt de zintuigen van de toeschouwer. Als intermediaire figuren tussen de hemelse en de aardse wereld zijn ze, ofschoon antropomorf, gekend om hun immateriële lichamelijkheid en staan ze als zodanig alle hemelse verschijningen bij, zoals wordt geïllustreerd door de vele schilderijen in de kerk (bijvoorbeeld de altaarschilderingen met de mirakels van Sint-Ignatius en Franciscus Xaverius, de Hemelvaart van Maria en de beelden in de predella van de Onze-Lieve-Vrouwekapel). Het is dan ook niet verwonderlijk dat ze op het bovenste gedeelte van het altaar waar de aanwezigheid van het goddelijke en de hemelse wereld te zien is in groten getale aanwezig zijn.

Door het momentane van hun liefdevolle gebaren zorgen de engelen voor actie en leven op zowel de architectuur als het gebeeldhouwde decor. Ze schragen cartouches en hangen guirlandes op (centraal op de gevel, preekstoel); dragen attributen aan (biechtstoelen, gewelf van de Onze-Lieve-Vrouwekapel etc.); dragen kandelaars en brengen het licht van God (aan weerszijden van het fronton van het altaar); onthullen (Maria-figuur in het fronton van de gevel); bekronen (buste van Sint-Ignatius op de voorgevel); blazen bazuin ter aankondiging van de triomf van het ware geloof (borstweringen van het voorportaal en de galerijaltaren, preekstoel, gewelf van de Onze-Lieve-Vrouwekapel) of spelen op andere muziekinstrumenten (orgel), enz. Door te tonen, aan te dragen, op te tillen, aan te kondigen, te onthullen of te decoreren, handelen deze intermediaire wezens in het hier en nu. Ze verlenen aan de decoratie een theatrale realiteit en een tijdsdimensie die zich voor de ogen van de toeschouwer lijkt te ontvouwen en te construeren. 

Maar de engelen tonen niet alleen wat er te zien valt, ze geven ook aan welke houding men ten aanzien van beelden dient aan te nemen tijdens liturgische en devotionele handelingen. Hun gebaren en gezichtsuitdrukkingen tonen het hele scala aan menselijke emoties zoals introspectie, aanbidding, verbazing, verwondering, lijden, die de gelovigen interpelleren en uitnodigen om via empathie tot een zielstoestand te komen die aansluit bij hun zielstoestand en die bevorderlijk is voor gebed, toewijding, berouw, enz. De engelen van de biechtstoelen zijn in dit opzicht bijzonder expliciet. De levensgrote beelden trekken in de zijbeuken de aandacht door hun gebaren en gevarieerde, verheven uitdrukkingen. Hun pathos en de attributen van berouw, wroeging en passie, maar ook vergeving, naastenliefde en gebed, sporen de gelovigen aan zich psychologisch voor te bereiden op de biecht.

bottom of page